Press "Enter" to skip to content

Burgerraad ruimtelijke ordening

Het kan soms zo benauwen, al die ruimtelijke vraagstukken in ons kleine landje. De komende tien jaar is er een miljoen woningen nodig, met bijbehorende scholen, ziekenhuizen, wegen en sportvelden. Daarnaast vraagt de omgang met energie, transport en voedsel om een radicaal andere benaderingswijze. En alsof dat nog niet complex genoeg is, moet de gebouwde omgeving ook nog eens rechtvaardig, vrij en open voor iedereen worden ingericht. En dat alles liever gisteren dan vandaag. Hoe gaan we die klus klaren?

Vier jaar nadat besloten werd dat de ruimtelijke ordening in Nederland ‘klaar’ is en het betreffende ministerie werd opgeheven, zijn de maatschappelijke vraagstukken rondom ruimte prangender dan ooit. Met de woonprotesten, boerenprotesten, klimaatprotesten en black lives matter-protesten is de strijd om het collectieve domein een steeds groter onderdeel van het dagelijkse nieuws aan het worden. Van wie is de stad, van wie is het land? En waar moet die energietransitie eigenlijk een plek krijgen? Ruimteclaims zijn overal; de meningen en belangen tegengesteld. Wie zich een middagje bezighoudt met statistieken en cijfers, snakt naar een integraal ruimtelijk masterplan waarin snel en doeltreffend keuzes worden gemaakt. Flevopolder, Deltawerken, dat soort werk. 

Een groot plan, daar zijn wij in Nederland traditioneel gezien heel goed in. Mijn ingenieurshanden beginnen te jeuken. Want beschikbare ruimte is er genoeg. Slechts dertien procent van Nederland is bebouwd. Ruim de helft van het land wordt gebruikt voor agrarische productie, waarvan het grootste deel bestemd is voor export. Daar kunnen we echt nog wel wat woningen of zonnepanelen kwijt. Ook binnen de bebouwde omgeving is volop plek, volgens sommigen kunnen er binnenstedelijk nog twee miljoen woningen bij. Het is een kwestie van de juiste keuzes maken, doelstellingen formuleren en starten maar.

Maar de laatste jaren wil het plannen maken niet zo vlotten. Het systeem waarin beslismacht en slagkracht zijn georganiseerd leidt niet tot de fundamentele keuzes die nodig zijn. Mag Lelystad Airport open of moet de nieuwe luchthaven op zee worden gebouwd? Maak je IJburg energieneutraal of verpesten windmolens het uitzicht op het water? Wordt de stikstoflast omlaag gebracht via minder wegen of minder boeren? Beslissingen worden halfbakken genomen en dientengevolge eindeloos vertraagd door bezwaarprocedures. Want bezwaarmakers voelen haarfijn aan dat compromissen tussen politieke overlevingsdrang en financiële haalbaarheid niet leiden tot de beste gevolgen voor duurzaamheid of woonkwaliteit. Bewoners wordt nauwelijks iets gevraagd over de inrichting van de leefomgeving.  Zijn we niet eens toe aan een alternatieve manier van planvorming, waarin burgers een veel sterkere rol hebben in de besluitvorming?

Recentelijk doet zich steeds vaker het fenomeen van burgerraad voor: een uit loting samengestelde groep inwoners die zich over fundamentele keuzes mag buigen. Parijs en Amsterdam organiseerden een burgerraad over klimaataanpak. Het televisieprogramma Tegenlicht experimenteerde met een burgerraad voor de miljoenennota. Wat blijkt? Goed geïnformeerde burgers zijn wonderwel in staat om lange-termijnkeuzes te maken en de consequenties daarvan te overzien. Zij hoeven immers niet iedere vier jaar te worden herkozen of op korte termijn een winstrekening uit te keren. Critici vinden burgerraden een wassen neus omdat de politiek daarmee de verantwoordelijkheid afschuift op een a-politiek instituut. Maar waarom zou de burgerraad voor ruimtelijke ordening geen kans verdienen? De grond is immers van iedereen.

We kennen allemaal de participatie op de kleine schaal: meepraten over de inrichting van een pleintje of sportvoorziening. Maar keuzes die veel meer impact hebben, zoals over bouwlocaties of energietransitie, worden vaak pas in een laat stadium aan burgers gepresenteerd. Past deze top-down-benadering nog wel in deze liberale participatiesamenleving, met z’n hoogopgeleide bevolking en geëngageerde burgers? Misschien kunnen de massaliteit en de urgentie van de ruimtelijke vragen in Nederland wel verder worden gebracht als de eindgebruikers mogen meebeslissen. Een burgerraad ruimtelijke ordening – natuurlijk binnen duidelijke kaders en met een sterk mandaat – lijkt me op zijn minst een keer het proberen waard. 

Beeld: The end of sitting RAAAF. Foto: Jan Kempenaers