Press "Enter" to skip to content

Transfer zone

Het vaccinatiecentrum leek wel een vliegveld. Paspoorten wapperden langs balies. Plastic stoeltjes, looplinten, lange rijen. De massaliteit en efficiëntie van het gebeuren waren overweldigend. Er heerste een vreemde stilte en niemand keek elkaar aan. Stewards wezen de weg, een voor een liepen we door de poortjes. Hier gebeurde het, dit was de transfer zone tussen lockdown en vrijheid. 
Een kwartier later was ik er doorheen. Vanaf nu zou alles anders worden. Einde aan de bio-industrie, nieuwe miljonairsbelasting, nooit meer vliegen, collectief wonen. Want daar hadden we al die tijd over nagedacht. Corona was een wake-up call en eenmaal gevaccineerd zouden we eindelijk kunnen beginnen met systeemverandering. Toch?!

Of toch niet. Ik zat nog maar met een halve voet op een terras of daar klonk het pleidooi voor bouwen in de weilanden. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) had een dikke stift gepakt en gezien dat er nog veel ruimte onbebouwd is in Nederland. Daar kunnen ze driehonderduizend woningen kwijt, in lage dichtheden, onder de rook van grote steden en goed bereikbaar langs de snelweg. Niet om interessante architectuur toe te voegen aan het woningaanbod of om culturele betekenis geven aan deze tijd; niet om buurten te maken in  nabijheid van voorzieningen gericht op huishoudens van de toekomst, maar om makkelijk en snel te bouwen. Na een lange winterslaap in lockdown was het wreed wakker worden. Dit is toch alles wat we níet meer zouden doen?

Bouwen in de weilanden resulteert ongetwijfeld in gunstige woningaantallen op de korte termijn, dat spreekt voor zich. Maar draagt het op enige manier betekenisvol bij aan de samenleving van de toekomst? Nog afgezien van de negatieve gevolgen voor landschap, ecologie en mobiliteit hoeven we waarschijnlijk geen hoge verwachtingen te hebben van de ontwerpoplossingen. Deze woonwijken zullen niet uitblinken in originele woontypologieën, flexibiliteit of idealistische architectuur. Bovendien betekent meer bouwen niet automatisch een rechtvaardiger woningmarkt. De problemen rondom hypotheekrenteaftrek, verhuurdersheffing en veranderde woonwensen los je niet op met louter bijbouwen van hetzelfde waarmee Nederland al vol staat. Had men de energie die besteed is aan het zoeken naar bouwlocaties voor bestaande woonproducten niet beter kunnen steken in het ontwikkelen van nieuwe economische modellen voor de vastgelopen woningmarkt?

In mijn professionele filterbubble was de verontwaardiging over de weilandendiscussie groot. Toch bleef — op een enkel opinieartikel na— een officieel weerwoord van de vakgemeenschap uit. Vreemd, want driehonderdduizend woningen is een serieus genoeg aantal voor een stevig inhoudelijk debat. Dit was bij uitstek het moment om de maatschappelijke relevantie van ruimtelijk ontwerp naar voren te brengen. Dat economen vertellen waar woningen moeten komen, is immers precies waar we van af moeten. Want bouwproductie staat niet los van het grotere culturele waardesysteem waarin deze tot stand komt. Bouwproductie is nog geen bouwcultuur. Maar er schoof geen architect aan bij Nieuwsuur om dat uit te leggen. De Rijksbouwmeester, de voorzitter van de BNA of de decaan van de faculteit Bouwkunde lieten zich niet horen. De economen kwamen een stuk effectiever op voor hun belangen dan de ontwerpers. 

In 2018 tekenden alle Europese ministers van Cultuur in Davos een verklaring van Baukultur waarin wordt gesteld dat er ‘dringende behoefte is aan een integrale, cultuurgerichte benadering van de gebouwde omgeving en aan de erfenis die we achterlaten’. En (nu komt-ie): ‘…waarbij prioriteit wordt gegeven aan culturele waarden boven economische winst op de korte termijn’. Dat is nogal wat. Tot nu toe heeft deze verklaring nog niet voor veel beroering gezorgd, maar daar zou nu wel eens verandering in kunnen komen.

Op dit moment staan we collectief in de transfer zone en moeten we kiezen hoe de reis verder gaat. Het coronajaar heeft doen inzien dat een aantal fundamentele veranderingen nodig is op het gebied van sociale ongelijkheid en omgang met de natuur om de komende honderd jaar duurzaam tegemoet te gaan. Deze veranderingen hebben een sterke ruimtelijke component, die onvermijdelijk onderdeel zal worden van het publieke debat. Ik denk dat het begrip Baukultur daarin een cruciale rol kan spelen.

Foto: Labyrinth van Gijs Van Vaerenbergh, foto van Filip Dujardin.