Press "Enter" to skip to content

Radicaal schema

Deze column is geschreven op uitnodiging van de digitale Volkskrant in februari 2022.

Het is fascinerend: een geliefd architect, bekend om zijn schitterende gebouwen, maakt een stedenbouwkundige ontwerp dat tot op de dag van vandaag vrijwel iedereen tegen de borst stuit. Het gebeurde de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier — de briljante villa-, stoelen- en kerkenontwerper — met zijn Plan Voisin. Zijn voorstel voor de toekomst van Parijs werd wereldberoemd om z’n afschuwelijkheid: het platgooien van het historisch centrum om het te vervangen door torens en snelwegen. Een idee dat lastig te rijmen valt met de artistieke wereld van zijn andere werk. Hoe kan het dat deze fijngevoelige ontwerper, de man die kleur, proporties en ruimtelijkheid tot in de puntjes beheerste, zo’n genadeloos plan presenteerde?

Het was 1925, de tijd van explosief groeiende steden en het inzicht dat de negentiende-eeuwse stad zich niet langer leende voor autoverkeer op hoge snelheid. Stedenbouwkundigen over de hele wereld zochten naar manieren om stadscentra bereikbaar te houden en de groeiende bevolking te kunnen huisvesten. Maar niemand deed dat zo radicaal als Le Corbusier.

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was Plan Voisin niet zozeer gericht op de nabijheid van buren maar simpelweg gesponsord door autofabrikant Avions Voisin. De stad van de toekomst stond in het teken van de toekomst van de auto, zo was de redenering. Was Plan Voisin vooral een handige vorm van acquisitie of een oprechte stedenbouwkundige zoektocht? Het legde Le Corbusier in ieder geval geen windeieren. Het plan is de geschiedenis ingegaan als een van de meest invloedrijke ruimtelijke schema’s van de twintigste eeuw: het begin van de modernistische stad. En overal waar dat leidde tot onpersoonlijke hoogbouw, het ontbreken van de menselijke maat of overgedimensioneerde autowegen, wordt nog altijd met beschuldigende vingers gewezen naar Plan Voisin.

De geschiedenis ingaan als de godfather van een ontspoord idee, het overkwam ook die andere wereldberoemde architect van de twintigste eeuw: Frank Lloyd Wright. De ontwerper van het Guggenheim Museum, villa Fallingwater en de uitvinder van het begrip organische architectuur werkte zijn leven lang aan een planologisch concept dat nog altijd op gemengde gevoelens mag rekenen: Broadacre City.

Broadacre City uit 1932 heeft weliswaar niet de agressieve kracht van Plan Voisin, maar leidde volgens sommigen evengoed tot desastreuze ruimtelijke vertalingen. De essentie van het plan is charmant: democratisering van grondbezit. Aan ieder Amerikaans gezin zou een acre land (0,4 hectare) worden geschonken, waardoor het hele land zou bestaan uit kavels van gelijke grootte: geen grootgrondbezitters, geen huisjesmelkers, geen vastgoedspeculatie. In Broadacre City betekent burgerrecht ook recht op ruimte.

Maar wie een beetje kan rekenen, komt bedrogen uit. Dat past natuurlijk helemaal nooit, met een groeiende wereldbevolking op onevenredig verdeelde vruchtbare grond. Toch lag het concept van Wright ten grondslag aan een van de meest ellendige ruimtelijke verschijnselen van onze tijd: suburbia. Eindeloos verkavelde buitenwijken, zoals we die kennen van België en de VS, waar elke vorm van publieke ruimte ontbreekt en gemeenschapsgevoel ver te zoeken is, zijn het directe gevolg van de droom van een eigen stukje land.

Kunnen we Le Corbusier en Wright verwijten waartoe hun stedenbouwkundige denkmodellen hebben geleid? Ja natuurlijk, zegt de purist. Natuurlijk niet, zegt de liefhebber van ideeënwerelden. In dit geval reken ik mezelf maar tot die laatste categorie. Ruimtelijke invulling geven aan ontwikkelingen in de maatschappij is immers een van de belangrijkste taken van een goede architect.

Ook in onze tijd is daar behoefte aan. Hoe ziet de toekomst van onze stedelijke omgeving eruit, hoe invulling te geven aan ecologische vraagstukken, woningnood en het publieke domein? Een radicaal schema dat de toekomst van de stad onderzoekt, met zo’n kracht dat we er over honderd jaar nog over praten, is misschien wel precies waar deze tijd behoefte aan heeft. Zelfs al schiet je daarbij soms volledig mis.