Press "Enter" to skip to content

Quarantaine

Na tweeënhalf jaar bluffen dat ik immuun ben, greep het virus mij toch in m’n kraag. En hoe. Ik was volledig lamgelegd. De dagen gleden aan me voorbij in een witte waas van slaap en koortsige gedachtenflarden. Vijf dagen isolatie is precies lang genoeg om er de blues van te krijgen en enkele doemscenario’s de revue te laten passeren. En precies kort genoeg om hoop te houden over de wereld ná covid. Een verslag uit quarantaine.

Dag 1
Vanachter het raam bekijk ik de Truman-Show-achtige ochtendtaferelen in onze straat, waar ik normaal gesproken zelf onderdeel van ben: dezelfde buren brengen dezelfde kinderen naar school en fietsen dezelfde routes. Ik zwaai mijn dochter uit en moet denken aan de eerste lockdown, toen bejaarden in verzorgingstehuizen achter glas hun laatste groet aan dierbaren brachten. Ik kan me nu geen grotere wreedheid voorstellen dan afscheid nemen van geliefden zonder fysiek contact. Leerde de pandemie ons niet dat lichamelijke nabijheid onvervangbaar is? Dat leven in isolatie in sommige gevallen meer schade toebrengt dan het virus zelf?

Dag 2
Wat als de komende decennia veel dodelijkere zoönosen onze leefwereld zullen teisteren en ons voortdurend opgesloten houden? Om een beetje grip op deze paniekgedachte te houden, herlas ik De fundamenten, een bundeling van drie essays die acteur en dichter Ramsey Nasr na het eerste coronajaar publiceerde. Het geeft een prachtig overzicht van de hoop en vrees die de pandemie had veroorzaakt. Van applaudiseren voor de zorg tot ministers uitmaken voor bloeddorstige kindervreters. Corona heeft de wereld gewezen op wat werkelijk belangrijk is, stelt Nasr: onderwijs, zorg, kunst, natuur. En nu is het zaak deze wake-up call serieus te nemen en eindelijk zorgvuldiger om te gaan met de planeet en elkaar. De fundamenten van ons bestaan mogen immers geen ornamenten worden.

Dag 3
Ik vraag me af of het denken over de post-covid-stad wel iets heeft opgeleverd. Zijn we rechtvaardiger gaan leven? Duurzamer? Al die veranderingen waarover we spraken, is daar iets van terecht gekomen? Zodra we weer mochten vliegen, stonden de rijen tot ver buiten Schiphol. Ik heb zelf nota bene voor het eerst van mijn leven een auto gekocht tijdens de pandemie. Niet om te delen, maar om te hebben. Persoonlijke principes buigen blijkbaar voor comfort. Doe mij maar een sterke overheid om me een beetje te helpen met m’n principes. 

Dag 4
Maar toch. Als ik rondkijk in ons vakgebied, dan is er misschien wel meer reden tot hoop dan tot vrees. Het debat over de toekomst van de stad wordt steeds integraler, steeds inclusiever. Corona heeft wel degelijk geleid tot fundamentele gewetensvragen. Wanneer is de groei van een stad gezond voor de gemeenschap en wanneer slaat het door naar ongezonde wildgroei? Wat is een rechtvaardige stad en hoe kunnen ruimtelijke oplossingen bijdragen aan een gezondere leefomgeving? Kun je verdichten en vergroenen tegelijk? Is de nabijheid van veel nieuwe buren juist goed tegen de eenzaamheid of raakt er een buurtgevoel verloren in het metropolitane ideaal van verdichting? De hedendaagse stedenbouw stelt zichzelf misschien wel meer gewetensvragen dan ooit. Stedenbouw is milder dan ooit.

Dag 5
Hoe ziet de post-covid stad er uit? Afgelopen zomer stond ik in het Italiaanse Urbino voor het bekende schilderij De ideale stad, dat in ieder kunstgeschiedenisboek het begin van de Reanaissance markeert. Het is een prachtig paneel dat in centraal perspectief een stedelijke ruimte toont volgens de ideale architectonische principes van die tijd. Maar er is geen mens te zien. En geen boom. En geen vogel. Geen kunstenaar zou zich in de 21e eeuw eraan wagen dit een ideale stad te noemen. Het ontwerp van onze hedendaagse steden draait niet alleen om ruimtelijke proporties, maar om de bewoners en hun relatie met de aarde, de natuur en elkaar. De inzichten van twee jaar leven met corona laten zich uitstekend vertalen in stedenbouwkundige ontwerpen voor de toekomst. Het is zaak om die fundamentele inzichten scherp te stellen en vast te houden: rechtvaardigheid, duurzaamheid en menselijke nabijheid. Mijn post-covid stad komt eraan.