Press "Enter" to skip to content

Oeuvre complète

Het is half acht ’s ochtends, de mist trekt op en ik loop over de Rialtobrug. Helemaal alleen. Geen overzeese toeristen dit jaar, geen cruiseschepen die het eiland overspoelen of ellenlange rijen voor de San Marco-basiliek. Voor sommige steden is de pandemie een zegen. In andere jaren is Venetië zo druk als een pretpark, met meer bedden voor bezoekers dan voor bewoners, en een economie die afhangt van toerisme. De machtige stadstaat waarvandaan ooit schepen vertrokken om verre zeeën te verkennen is zelf het meest bezochte reisdoel ter wereld geworden, zuchtend onder het gewicht van zijn bezoekers.

De vroege ochtend toont enkele primaire gebruikers van de stad: joggers, hondenuitlaters en schoolgaande kinderen. Even verderop de Campo della Pescaria, een vismarkt. Druk gepraat van bewoners, echte mensen met boodschappentassen en een ijskast. Oude mannen met kromme ruggen snellen over de kasseien om de restaurants te voorzien van verse voorraad. Hier zien we geen bestelbussen, afvalcontainers of veegwagens, maar handkarren en bootjes. Sinds de Middeleeuwen is er weinig veranderd. Het Centro Storico is niet ten prooi gevallen aan achttiende-eeuwse plannen voor een centrale as, negentiende-eeuwse boulevards of twintigste-eeuwse structuurvisies. In al die tijd is de stad nauwelijks sneller, efficiënter of grootschaliger gaan functioneren. 

Tien minuten later ben ik verdwaald. Aan richtingsgevoel heb je hier niks. En zelfs de uitvouwbare plattegrond leidt tot verwarring: het enige ruimtelijk structurerende element is onbereikbaar voor voetgangers. Het Canal Grande is immers bedoeld om over te varen, niet om langs te lopen. Noodgedwongen geef ik me over aan de magie van het verdwalen, een mental map van ooghoogtebelevingen en incidentele details. Iedere sottoporto trekt de aandacht, ieder bruggetje verleidt me om vat op deze stad te krijgen. Dat ik over een half uur een afspraak heb doet niet ter zake, de tijdruimtedimensies van Venetië zijn eigenwijs.

Plotseling de Santa Maria dei Frari. Breed, hoog en diep. Na al die steegjes zonder logica of hiërarchie vormt de overzichtelijke en royaal gedimensioneerde ruimte een welkom contrast. De kerk is tot de nok toe gevuld met meesterwerken. En in de vroege leegte overvalt me het gewicht van al die schoonheid. Want in Venetië wandelt de gehele Europese kunstgeschiedenis met je mee. De fictieve voetstappen van Palladio en Sansovino, Titiaan en Tintoretto, Thomas Mann en Visconti klinken door de ruimte. Deze stad kent alleen maar hoogtepunten van de kunst. Venetië is perfect, klaar, af. Oeuvre complète.

De eigenlijke bestemming van de wandeling was de Giardini, met de bedoeling me te laven aan de opwindende stedenbouwkundige toekomstbeelden van de Architectuurbiënnale. Maar het vraagstuk van de historische stad zonder toekomst dient zich veel urgenter aan. Venetië heeft weliswaar een vorm van perfectie bereikt, ze is tegelijkertijd een bitterzoet theater met een onzichtbare backstage. Alles wat de stad leefbaar maakt voor hedendaags gebruik wordt gefaciliteerd vanaf het vasteland. Vliegveld, haven, bevoorrading: het Centro Storico ligt aan een intensive care van slangen en voeding van de moderne tijd om in de behoefte van al zijn bezoekers te voorzien. Hoe lang houdt dit hedendaagse Atlantis het nog vol? De vitaliteit van de meeste steden wordt bepaald door de mate waarin zij kunnen meegroeien met de behoeften van de tijd. Maar Venetië vraagt waarschijnlijk om een beweging in de omgekeerde richting: onze tijd zal zich moeten aanpassen aan de behoeften van de stad.

De pandemie heeft laten zien hoe Venetië eruitziet zonder massatoerisme. Sterker dan ooit trekken de bewoners ten strijde tegen de ecologische vernietiging van de lagune, het drama van de overstromingen en de eenzijdige economie. Toeristen zoals ik kunnen zich eigenlijk alleen maar de gewetensvraag stellen: was de stad er niet meer bij gebaat als ik mijn ochtendwandeling ergens anders had gehouden?

Behalve vliegschaamte bestaat er ook zoiets als Venetië-schaamte. Misschien moest de Biënnale maar eens gaan verhuizen.