Press "Enter" to skip to content

Ode aan ons trapje

Van ’t vroege voorjaar tot de late herfst, van de eerste ochtendzon in maart tot de laatste borreltjes in oktober zijn wij er te vinden: op het trapje voor de voordeur. Vijf treden in natuursteen, ze liggen er al meer dan honderd jaar en vormen het bindmiddel van de sociale contacten in de straat. Huis na huis zitten de buren op hun treden; houden de kinderen in de gaten, lezen de zaterdagochtendkrant of maken een praatje met elkaar. Of je er nou een plantje op zet, een spelletje speelt of een jointje rookt, het trapje is een ruimte die iedereen zich kan toe-eigenen. Ontmoetingsruimte tussen privé en openbaar. Lees de gemiddelde stedenbouwkundige ambities van een nieuwe wijk er maar op na: dit is wat je wilt. Ons trapje is de perfecte definitie van een tussenruimte.

Wie het woord tussenruimte gebruikt, begeeft zich direct in een lang en breed architectonisch discours. Van de politieke tussenruimte van Hannah Arendt en The Space Between van de Smithsons tot The Life Between Buildings van Jan Gehl of de zitranden van Herman Hertzberger. De ideeën komen in essentie neer op hetzelfde: de ruimte tussen het publieke en private domein moet uitnodigen tot ontmoetingen, want precies in die tussenruimte krijgt de samenleving vorm. Stel je namelijk eens voor: een wereld die alleen bestaat uit strikt privé en strikt openbaar. Daar is geen tussen, geen mogelijkheid tot ontmoeten. De Amerikaanse suburbs komen wellicht nog het dichtst in de buurt: niet eens een stoep om over te lopen.

Gewichtige theoretische discoursen komen in de praktijk soms neer op een paar vierkante meter zorgvuldig ingerichte ruimte. Vandaar ook deze ode aan ons trapje. Maar dit type tussenruimte is een precaire zaak. Wanneer ze net verkeerd is gedimensioneerd of gematerialiseerd, vervalt ze in een treurige, donkere plek waar men elkaar helemaal niet ontmoet maar juist zo snel mogelijk weg wil wezen. Wie kent er niet de voorbeelden van goedbedoelde trappen, galerijen, portieken en arcades waar na enkele jaren een hek voor wordt gezet omwille van veiligheid en beheer?

In onze straat is van hekken of afbakeningen geen sprake. Ligt dat aan de ruime maatvoering, het feit dat de portiektrap nét niet hoog genoeg is om uit te monden in een donker gat of aan de laatste trede die buiten de gevel steekt, waarmee de letterlijke overbrugging van privé naar openbaar gebied wordt gemaakt? Of ligt het simpelweg aan het gunstige tijdperk voor deze straat? Want ons zorgvuldig ontworpen trapje heeft ook slechtere tijden gekend. Enkele decennia geleden waren die gezellige treden nog een welkome schuilplaats voor drugsgebruik en criminaliteit. Ouders van toen dachten er niet over om hun kinderen op straat te laten spelen tussen de rondzwervende spuiten. Het kan dus verkeren met zo’n trapje.

Tegenwoordig zal ons trapje in geen enkel nieuwbouwproject worden gebouwd. De regels voor toegankelijkheid staan dat niet meer toe. Het maximale hoogteverschil tussen maaiveld en woningentree is sinds dit jaar vastgelegd op twee centimeter. Waar je eerder nog kon smokkelen met een gelijkvloerse achterdeur, moeten kinderwagens, rolstoelen en rollators nu vloeiend naar binnen kunnen rollen via alle toegangen. Daar is natuurlijk veel voor te zeggen. Iedereen moet immers in een woning kunnen wonen of op bezoek kunnen komen. Toegankelijkheid maakt inclusief. Maar in dit geval gaat er misschien toch wel iets verloren. De laatste souterrain – bel-etagewoning is definitief gebouwd.

Wat in de hoogte niet meer mag, kan nog wel in de breedte. Er zijn andere manieren om de tussenruimte tussen woning en straat vorm te geven. Een extra brede ‘Delftse stoep’, diepe buitenvensterbanken aan het kozijn of in de gevel geïntegreerde bankjes zijn ruimtelijke middelen waarmee ontmoetingen in de straat worden gestimuleerd. Maar het zijn geen trapjes. Misschien kan het Bouwbesluit nog eens heroverwogen worden, of kunnen er af en toe toch uitzonderingen worden gemaakt. Want een trapje biedt nét een ruimtelijk rijker perspectief dan een bankje op de grond. Buiten het huis, binnen de gevel, hoger dan de straat, verder dan de stoep. Zittend op de stenen en toch precies op ooghoogte met passanten. De ideale omstandigheid voor ontmoetingen in het tussen.

Gerelateerde berichten: