Press "Enter" to skip to content

Lage horizon

‘Maar… jij bent zoveel kleiner dan ik dacht!’, riep de verbaasde stedenbouwkundige die ik tot dan toe alleen online had gesproken. In Microsoft Teams zijn we immers allemaal even lang. Blijkbaar verwachten gelijkgestemden ook in de fysieke wereld een gelijke ooghoogte. Maar wie klein is, kijkt bijna altijd omhoog.

Met een lengte van 1,61 m (Gulden Snede-liefhebbers, opgelet!) ligt mijn horizon precies tweeëntwintig centimeter lager dan die van de gemiddelde Nederlandse man. Wat doet dat met de beleving van architectuur? Voor het ooghoogteperspectief op een toren van honderdvijftig meter maakt die paar centimeter misschien niet veel uit, maar voor de ervaring van een interieur luistert het menselijk lengteverschil nogal nauw. Op een Neufert-stoel wiebel ik met mijn benen boven de grond. Regelmatig signaleert de sensor van een automatische schuifdeur mij alleen als ik zwaai. Ervaringen die me allang niet meer opvallen, totdat ik naar het zuiden reis. Vanaf België begin ik de treininterieurs al comfortabeler te vinden en in Italië is ieder terras ingericht op mijn lengte.

Nederlanders behoren tot de langste mensen op aarde. Merkwaardig: het dichtstbevolkte land ter wereld moet de meeste lichaamsruimte huisvesten. Waarom doen we dat, met al die grote lijven op een kluitje wonen? Die vraag stelde ook kunstenaar Arne Hendriks in zijn even hilarische als grondige onderzoeksproject The Incredible Shrinking Man (2011). Historisch gezien worden we steeds langer. Kunnen we dat proces via voeding en leefstijl niet omkeren, vroeg Hendriks zich af. Als alle mensen op aarde nog maar vijftig centimeter lang zouden zijn, dan hadden we maar twee procent van alle bronnen nodig. Minder afval, minder vervuiling, meer natuur: een stuk gunstiger voor onze planeet. En alle bestaande gebouwen zouden ruimschoots de hele mensheid kunnen huisvesten.

Het menselijk lichaam aanpassen aan de beschikbare ruimte op aarde – meestal doen we het andersom. De menselijke maat heeft juist altijd een belangrijke rol gespeeld in het vormgeven van de gebouwde omgeving. Vanaf de klassieke oudheid tot diep in de negentiende eeuw vormden lichamelijke proporties de basis van het architectonisch ontwerp. Pas in de twintigste eeuw is de aandacht verschoven van proportionele naar absolute maatvoering. En dat is een groot verschil. Want waar proporties op verschillende schaalniveaus kunnen worden toegepast, staan absolute getallen geen afwijkingen toe. Via de Architects Data van Ernst Neufert, de Frankfurter Küche van Margarete Schütte en de Modulor van Le Corbusier, werd uiteindelijk de ideale maat van iedere bewoonde ruimte vastgelegd in onze hedendaagse regels en richtlijnen. Een aanrecht van negentig centimeter hoog, een zitvlak op drieënveertig centimeter boven de grond, een verdiepingshoogte van 2,60 m.

Standaardisering is natuurlijk onmisbaar in de hedendaagse geïndustrialiseerde bouwpraktijk en ontzettend handig voor massaproductie. Maar het doet tegelijkertijd de wenkbrauwen van de cultuurcriticus fronsen. Niet iedereen past immers in het statistische gemiddelde. Wie afwijkt van de norm is daarmee automatisch ‘anders’. ’De juiste maat is de minimale maat’, luidt de bekende uitspraak van Mart Stam. Maar zijn minimale maat is niet die van iedereen. In de tweede helft van de twintigste eeuw klonk de kritiek op het werken met normen en standaarden dan ook steeds vaker. Dat heeft weliswaar grote invloed gehad op het architectuurdebat, maar geen grootschalig effect gesorteerd in de concrete bouwcultuur. De moderne stad wordt voor een groot deel bebouwd volgens steeds dezelfde maatsystemen en steeds hetzelfde ritme, met als gevolg de onbewuste aanwezigheid van voortdurend dezelfde getallen.

Gezien de hedendaagse aandacht voor inclusie en diversiteit in de publieke ruimte is het van belang om opnieuw de blik te richten op het menselijk lichaam en hoe dat kan dienen als maat voor architectuur. Niemand heeft een standaardlichaam, misschien moet de leefomgeving daarom niet volledig worden ingericht volgens een numeriek gemiddelde. Een beetje meer maatdiversiteit is niet zo moeilijk. Kijk maar eens goed naar de mensen om je heen.

Beeld: paviljoen Zwitserland op de Biënnale in Venetië, 2018.
Bron: https://www.modernindenver.com/2018/07/venice-architectural-biennale-2018/