Press "Enter" to skip to content

Kosmische stedenbouw

Ze kunnen nauwelijks iemand zijn ontgaan de afgelopen weken: de regeringsgebouwen in Washington. Groot, wit, classicistisch en gelegen aan gigantische grasvelden. Het is een eenzaam gezicht, die suikertaarten in de leegte. Maar ze zijn daar niet per ongeluk geland. Eind achttiende eeuw werd het ontwerp van de nieuwe hoofdstad overladen met symboliek. Pierre Charles L’Enfant ontwierp Washington D.C. volgens de meetkundige principes van de gulden snede: orde en harmonie voor het nieuwe staatssysteem. Het modernste politieke inzicht van die tijd – de scheiding der machten – kreeg gestalte via de letterlijke afstand tussen Capitool en Witte Huis: het grote grasveld genaamd de National Mall. Nee, dat was geen verwijzing naar een winkelcentrum, maar naar het populaire balspel pall-mall, waar iedere Engelstalige stad wel een veldje voor had gereserveerd.

Washington werd ontworpen als een barokke ideaalstad: symbolische plekken werden via convergerende en divergerende assen verbonden in een samenhangende vorm. In de stadsplattegrond kun je een pentagram herkennen of met een beetje fantasie misschien het logo van de vrijmetselarij. Voor hedendaagse complotdenkers is dat voer voor speculatie, maar voor achttiende-eeuwse stadsontwerpers waren deze vormen van wezenlijke waarde.

Zulke zwaarbeladen symboliek komen we in de hedendaagse stedenbouw niet vaak meer tegen. Een ontwerp dat verwijst naar waarden buiten zichzelf is meer iets van het oude China, Griekenland of de Renaissancestad. Het ‘kosmische denkmodel’, noemde stedenbouwkundige Kevin Lynch het soort principes waarlangs de Geheime Stad of Akropolis werden ontworpen: een stadsplan vol verwijzingen naar ceremoniële, magische of spirituele betekenissen. Het kosmische denken heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor een meer pragmatische ontwerphouding. Tegenwoordig beschouwen we de stad liever in termen van, wat Lynch ‘performatieve kwaliteiten’ heeft genoemd: levendigheid, bewoonbaarheid, bereikbaarheid. En daar horen nieuwe metaforen bij, zoals de stad als organisme binnen complexe netwerken of de stad als een machine waarvan je soms een onderdeel moet vervangen. 

Toch zullen ontwerpers van nieuwe regeringssteden ook nu nog streven naar enige mate van symboliek. Dat gebeurde in Brasília en Chandigarh en we kunnen dat ongetwijfeld ook verwachten in het binnenkort te bouwen nieuwe Jakarta. Maar stedenbouwkundige symboliek heeft alleen zin wanneer stadsbewoners zich ermee kunnen identificeren. In Washington kon het in ieder geval niet voorkomen dat bizonmuts en molotovcocktail het Capitool binnendrongen. Daarmee werd maar weer eens bewezen: architectuur en stedenbouw hebben alleen een zichzelf overstijgende betekenis als men bereid is die te zien. Voor wie niet geloofde in eerlijke verkiezingen, had de ruimtelijke opzet van de hoofdstad geen enkele relevantie. 

Het kosmische denken lijkt momenteel in de stedenbouw voornamelijk nog waarde te hebben voor de toeristische rondleiding of het kunsthistorisch artikel. Maar vraagt de huidige roerige tijd niet juist om nieuwe vormen die het hedendaags democratisch krachtenveld kunnen symboliseren? Niet als verkooppraat of uit machtsvertoon, maar als wezenlijke representatie van de samenleving? Want wat betekent de trias politica in de eenentwintigste eeuw en hoe moeten we omgaan met nieuwe machtsfactoren zoals online kanalen en flitskapitaal? Wellicht kunnen we deze mysterieuze krachten een gezicht geven via een gigantisch datacentrum aan de National Mall, schuin tegenover senaat en presidentiële woning. Maar er zijn vast betere ideeën. Wie biedt?!

Zie ook publicatie van deze column op Architectenweb.