Press "Enter" to skip to content

Engagement?

Daar stond ik dan met m’n mond vol tanden tegenover veertig studenten. Mijn betoog voor stedelijke ruimtes die uitdagen tot nieuwe gedachten viel in het water. Wat voor ruimtes? Conceptuele plekken die verwijzen naar een abstracte stedelijkheid – zoals het Museumpark in Rotterdam – waar de standaarddefinitie van ‘gezelligheid’ ontbreekt en waar de gebruiker wordt uitgedaagd om zelf invulling te geven aan het verblijf. Plekken met een dubbele betekenis in plaats van een vertrouwde, geruststellende stadsinrichting. Deze studenten waren niet overtuigd. 

Waarom zouden openbare ruimtes een autonoom, artistiek statement moeten zijn, vroegen ze, terwijl er al zoveel maatschappelijke polarisatie is en de samenleving kraakt onder z’n eigen gewicht? Moet architectuur zich niet bezighouden met verbinden, in plaats van met verwarren? Nu valt er ongetwijfeld veel af te dingen op mijn vertelkunst, de gebruikte voorbeelden of de digitale overdracht, maar toch was ik verrast door deze reactie. In de vijftien jaar sinds mijn afstuderen leek de sfeer op de universiteit omgeslagen: van de nadruk op artistieke autonomie in de nadagen van Superdutch, naar maatschappelijke relevantie en het letterlijk vertalen van sociale noden naar een ruimtelijk ontwerp.

Engagement in de opleiding! Natuurlijk ben ik in principe geneigd dit toe te juichen, want mijn dagelijks werk is doordrongen van maatschappelijke urgentie. Sociale ongelijkheid en de omgang met de planeet zijn zulke prangende kwesties dat geen ontwerper daar omheen kan. Het is vanzelfsprekend dat studenten van de generatie Greta Thunberg vragen om radicale veranderingen, maar toch bleef het gesprek nog lang in mijn gedachten hangen. Is er eigenlijk wel sprake van een tegenstelling tussen artistieke autonomie en maatschappelijk engagement, vroeg ik me af. Bij wijze van uitgesteld antwoord deze column. 

Goede architectuur draagt bij aan de samenleving, aan hoe mensen wonen, leven en elkaar ontmoeten in de openbare ruimte. Maar sinds de ondergang van de Maakbaarheidsgedachte weten we dat architectuur geen sociale problemen kan oplossen. Natuurlijk richten ontwerpers zich op urgente maatschappelijke kwesties, maar het is de vraag op welke schaal je hier resultaten van mag verwachten. Want terwijl zorgvuldig wordt nagedacht over een klimaatbestendige pleininrichting in de stad, verrijst elders in de polder een compleet nieuw dorp zonder enige aandacht voor duurzaamheid of openbaar vervoer. Terwijl pioniers in houtbouw schitterende torens bouwen, wordt de achtertuin van de compacte stad volgestouwd met datacenters en megastallen. Terwijl experimenten met schuifhuizen en woongenootschappen zich krom rekenen om nieuwe woonvormen voor elkaar te krijgen, wordt de volledige sociale woningbouw in de uitverkoop gedaan. 

Het is om wanhopig van te worden. De schaal van maatregelen die nodig is om daadwerkelijk impact te hebben overstijgt volledig het domein van de individuele ontwerper. De verantwoordelijkheid voor het in gang zetten van systeemverandering ligt dan ook voornamelijk bij opdrachtgevers, bestuurders, politiek. Dat ontslaat architecten geheel niet van hun maatschappelijke taak: ze moeten er alles aan doen om duurzaam, ecologisch en sociaal rechtvaardig te bouwen. Maar engagement met de toekomst van de samenleving is net zo belangrijk als engagement met de toekomst van het vak. Wanneer architectuur zich voornamelijk uitdrukt in het afvinken van sociale doelstellingen, hebben we straks geen architectuur meer. 

De kracht van ontwerp bestaat juist uit het vindingrijk integreren van maatschappelijke ambities in een antwoord dat je niet direct had verwacht. Een verbluffend resultaat, een verrassend gebaar, een unieke plek. Niet louter performatieve eigenschappen op moment van bouwen, maar de artistieke en tijdloze kwaliteiten bepalen de waarde van een ontwerp op lange termijn. Dus ja, een stedelijk ontwerp mag verwarren en aanzetten tot denken, want een krachtige plek kan gebruikers van de stad juist verbinden. 

En daarom beste studenten, in een tweede poging tot een antwoord op jullie vraag: laat maatschappelijk engagement een drijvende kracht zijn, maar geef architectuur de ruimte.

Beeld: afkomstig uit de film Synecdoche, Charlie Kaufman, 2008