Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Die zaal, die zaal

Het is niet makkelijk om de juiste stoel te vinden; er zijn immers geen regulier genummerde rijen, maar trapjes, balkons, halve verdiepingen. We lopen drie keer verkeerd en dat is waarschijnlijk juist de bedoeling. De grote zaal van TivoliVredenburg in Utrecht is als een Zuid-Europees stadje zonder huisnummers. Je vindt je weg niet snel, maar het dwalen is ook leuk. Het zaallicht dooft, overal schijnen kleine lampjes die de vele balkonnetjes zachtjes aanlichten. In een reguliere zaal zie je alleen maar ruggen, hier zie ik de gezichten van de onderburen, bovenburen, overburen. Alle 1700 medebezoekers voelen nabij.

Deze wereldberoemde — en indertijd experimentele — zaal van Herman Hertzberger is bijna vijftig jaar oud. Dit was niet m’n eerste bezoek, maar ik raakte betoverd alsof het de eerste keer was. Dat was niet alleen de verdienste van de ruimte of zijn vermaarde akoestiek. De geënsceneerde uitvoering van de vierhonderd jaar oude Mariavespers van Monteverdi was spectaculair en viel volledig samen met de kwaliteiten van de architectuur. Er werd gedanst, processie gelopen, en op alle verdiepingen en balkons stonden zangers. Geen statisch, gesloten of perfectionistisch klassiek concert, maar een voorstelling passend bij de essentie van de architectuur van deze unieke zaal: musici temidden van het publiek, een sfeer van openheid, benaderbaarheid en experiment. Oude zaal, oude muziek (oud publiek) maar met een grote hedendaagse relevantie.

Het begrijpen van de essentie van het ontwerp: dat is precies de kwestie waar het over gaat in The Proof of the Pudding, de documentaire uit 2022 van Patrick Minks en Jaap Veldoen over dat ándere wereldberoemde gebouw van Hertzberger: Centraal Beheer Apeldoorn. Leegstaand, vervallen en vol met asbest. Maar wel een architectonisch icoon, toonbeeld van het structuralisme. Sociale idealen over samen werken vertaald in ruimtelijke ideeën over schaal, menselijke maat en openheid. Er is geen architect van mijn generatie die niet tijdens de opleiding veelvuldig heeft geleerd over dit gebouw met z’n lichtstraat, balkonnetjes, koffiehoeken, rookhoeken en zichtlijnen.

Maar nu, wat moet je ermee? TivoliVredenburg werd ingrijpend getransformeerd, uitgebreid en aangepast, met behoud van de grootste kwaliteit: de zaal. Maar zo makkelijk gaat dat niet bij Centraal Beheer, zien we in de documentaire. Nog afgezien van bouwfysische moeilijkheden lijkt vooral de essentie van Hertzbergers architectonische werk een struikelblok voor de huidige eigenaar. De ziel van het gebouw — tussenruimtes en onbestemde vierkante meters — zit de hedendaagse vastgoedlogica van woningbouw ernstig in de weg. Hoewel aanpasbaarheid van het bestaande de kern is van Hertzbergers structuralisme, moet hij concluderen in de film: ‘Mijn wereld als architect botst met hoe men denkt over rendement. Een projectontwikkelaar heeft schema’s en moet daarbinnen werken.’ Explicieter kun je het niet krijgen: de verschuiving van een tijdsgewricht. Van financieringsmodellen die architectuur mogelijk maken, naar architectuur die financiering moet ondersteunen. Nu is de vraag wat er bij de transformatie van Centraal Beheer zal overblijven van de ideeënwereld van Hertzbergers architectuur, van het ontmoeten, het samenleven, zien en gezien worden.

Nog ernstiger is het gesteld met het voormalig ministerie van Sociale Zaken (SoZa) in Den Haag. Opnieuw een gigantisch complex, een Hertzbergeriaans icoon. Transformatie is volgens de huidige eigenaar overwogen maar niet haalbaar bevonden. Ondanks vele protesten uit de stad en de vakgemeenschap, ziet het ernaar uit dat dit gebouw in z’n geheel gesloopt gaat worden. Is dat erg? Ja dat is erg. Niet omdat ieder beroemd gebouw altijd maar behouden moet blijven, maar omdat de ideeën achter Hertzbergers architectuur van waarde zijn, juist in deze tijd van eenzaamheid en polarisatie. Zijn gebouwen zijn uitgewerkte samenlevingsidealen, ideeënwerelden gematerialiseerd. Als je die behoudt, kun je ervan leren, je voordeel ermee doen en er een moderne interpretatie aan geven. Als je ze sloopt of van hun kernwaarden ontdoet, komt er niets anders voor terug dan generieke vastgoedarchitectuur, die overal ter wereld had kunnen staan.

Het zou toch te gek voor woorden zijn als het ongemakkelijk cynische epiteton ‘de meest gesloopte architect van Nederland’ — zoals we dat vaak horen over Sybold van Ravesteyn — binnenkort ook achter de naam Herman Hertzberger geplakt zou kunnen worden.

Hertzbergers architectuur is onderdeel van de Nederlandse cultuurgeschiedenis en met een grote hedendaagse relevantie. Je hebt maar één goed concert nodig om dat te voelen.

Beeld: doorsnede van de oude zaal Vredenburg, bron: Atelier Herman Hertzberger ahh.nl

Gerelateerde berichten: