Press "Enter" to skip to content

4’33” minuten openbare ruimte

Je kent ze wel: plaatjes waarbij je niet naar de getekende vormen moet kijken maar naar de restruimte ertussen; daar bevindt zich de echte afbeelding. Het duurt even voordat je het ziet, maar dan is het moeilijk je voor te stellen dat je het ooit anders zag. Een dergelijke verschuiving vond de afgelopen twintig jaar plaats in het vakgebied van de stedenbouw. Van de nadruk op volumes verschoof de prioriteit naar het vormgeven van de plekken tússen de gebouwen. Eerst de stedelijke ruimte, daarna eens kijken wat voor volumes daar omheen passen. Deze nieuwe blik op de stad kreeg een naam: landscape urbanism. Dat klinkt nogal makkelijk. Zet de namen van twee verschillende vakgebieden achter elkaar zijn en ‘simsalabim!’ daar is een nieuwe theorie. Maar gelukkig zit er meer diepgang in dan de naam doet vermoeden. 

De aantrekkelijkheid van landscape urbanism begint bij een klassiek architectuurtheoretisch vraagstuk: wordt de stad gevormd door de gebouwen of door de ruimte daartussen? Illustratief voor die vraag zijn twee kaarten van Rome uit de achttiende eeuw: die van Giovanni Battista Piranesi en die van Giambattista Nolli. Piranesi tekende een fictief archeologische kaart van het Marsveld. Daarin tekende hij gedetailleerd alle gebouwen maar dan zonder straten, pleinen of parken ertussen. Piranesi’s stad was een collectie van aaneengeschakelde architectonische objecten. Nolli’s kaart van Rome was precies het tegenovergestelde. Hij arceerde de gebouwde volumes als zwarte, ongedefinieerde vormen en legde het accent op de doorlopende witte openbare ruimte daartussen. Ook de publiek toegankelijke gebouwen, zoals kerken en het Pantheon, tekende hij wit.

Het Rome van Giovanni Battista Piranesi (1762)

De landscape urbanist voelt zich uiteraard meer verwant met de kaart van Nolli dan met die van Piranesi. Hij ziet de stad als een continu tapijt van publieke ruimte. Stedenbouw begint bij landschapsinrichting en zo ontwerpt hij ook. Het meest bekende voorbeeld hiervan is de High Line in New York, naar een ontwerp van James Corner. Dit publieke park werd eerst aangelegd, pas daarna kreeg de omliggende grond voldoende waarde om vastgoed op te ontwikkelen. 

Het Rome van Giambattista Nolli (1748)

Je kunt je afvragen wat we hier in ons lieve, groene landje aan hebben. Dit doen we toch al eeuwenlang? Zijn onze polders niet een soort landscape-urbanism-ad-ultimum: landschap maken om op te kunnen bouwen? In zekere zin wel, maar juist voor de toekomst van onze binnensteden kunnen we er wel wat meer van gebruiken. Nu stedenbouw een steeds complexere puzzel wordt van boven- en ondergrondse infrastructuur en de zoektocht naar goede publieke ruimte in de verdichtende stad steeds moeilijker wordt, kan landscape urbanism een uitweg bieden. Daarbij gaat het niet alleen om een esthetische buitenruimte-inrichting, maar om het ontwerpen van een landschappelijk systeem waarin de menselijke beleving, bezonning, water, topologie en ecologie een gelijkwaardige plek hebben. Niet de compositie van gebouwde volumes, maar de publieke ruimte vormt het dragend weefsel van de stad.

Deze omkering van mal naar contramal leidt tot een heel andere manier van ontwerpen. Volumes worden bijvoorbeeld niet volgens een geometrisch grid geplaatst, maar alleen daar waar ze het geen schaduw werpen op de buitenruimte. Of brede boulevards krijgen niet automatisch een symmetrisch profiel, maar worden a-symmetrisch ingericht met een brede stoep aan de zonkant. Behalve dat het aangenamer is om in de zon door de stad te slenteren, biedt het vrijer omgaan met de geometrie van de stad ook de kans om allerlei klimatologische binnenstedelijke problemen op te lossen: het tegengaan van hitte-eilanden, het verminderen van wateroverlast bij piekbuien en het vergroten van de biodiversiteit. 

De landscape urbanist vraag niet alleen aandacht voor de witruimte in de tekening, maar verandert fundamenteel de hiërarchie van denken in ruimtelijke mogelijkheden. Voor de landscape urbanist is de witregel het ware gedicht, de maat rust de ware muziek. John Cage componeerde in 1952 zijn 4’33’’ minuten stilte waarmee hij de aandacht vestigde op alles wat geluid is, juist in de momenten dat er geen muziek is. De landscape urbanist vestigt de aandacht op alles wat ruimte is als er even geen architectuur is: 4’33” minuten openbare ruimte. Stilte voor de rest van de stad.